kerk panorama

Regeling verkiezing ambtsdragers

Regeling verkiezing ambtsdragers
Art. 1    De ouderlingen en diakenen zullen volgens art. 22 en art. 24 K.O. door de kerkenraad gekozen worden en wel met medewerking van de stemgerechtigde leden van de  gemeente. Stemgerechtigd zijn de belijdende leden die niet onder censuur staan.

Art. 2a  De kerkenraad stelt in de maand januari de stemgerechtigde leden in de gelegenheid om op door hen ondertekende brieven of e-mails namen op te geven van broeders    die zij voor de dienst van het ouderlingschap of diakenschap geschikt achten. In de daarop volgende vergadering van de kerkenraad wordt uit de opgegeven namen, waaraan de kerkenraad zo nodig andere kan toevoegen, zowel voor de ouderlingen als voor de diakenen, een lijst van kandidaten opgemaakt, waarop dubbel zoveel namen voorkomen als er vacatures zijn, opdat de stemgerechtigde leden der gemeente het halve deel daarvan kunnen kiezen. De kerkenraad heeft de mogelijkheid, als daar gegronde redenen voor zijn, minder dan dubbel zoveel namen voor te stellen als er vacatures zijn. In uitzonderlijke situaties kan de kerkenraad besluiten tot enkelvoudige voordracht aan de gemeente.

Art. 2b  Voor de verkiezing wordt een stemcommissie samengesteld, bestaande uit de scriba, een ander kerkenraadslid (voorzitter stemcommissie) en twee gemeenteleden. De leiding van de verkiezing berust bij de scriba en het daartoe aangewezen kerkenraadslid. 

Art. 3    Nadat de namen van de kandidaten ter kennis van de gemeente zijn gebracht door afkondiging in de kerkdienst, roept in de maand februari of maart de kerkenraad de stemgerechtigde leden samen, om onder zijn leiding en na aanroeping van de Naam des Heren tot de verkiezing van ouderlingen en diakenen over te gaan.

Art. 4    Bij deze vergadering tekenen alle aanwezige stemgerechtigden de presentielijst en is de voorzitter van de stemcommissie gemachtigd bewijs te vorderen, dat men stemgerechtigd is, en de niet-stemgerechtigden van het deelnemen aan de vergadering uit te sluiten.

Art. 5a  Alleen degenen die ter vergadering aanwezig zijn, kunnen aan de stemming deelnemen.

Art. 5b  De kerkenraad is bevoegd van Art. 5a af te wijken ten behoeve van stemgerechtigde leden die door ziekte en/of ouderdom of noodzakelijke zondagsarbeid niet ter vergadering kunnen zijn of om persoonlijke omstandigheden met opgave van redenen. Het lid moet de wens tot deelnemen aan de verkiezing ten minste drie dagen voor de vergadering via de wijkouderling bij de kerkenraad kenbaar (laten) maken. Deze ouderling zal het betreffende lid bezoeken en in de gelegenheid stellen een stembiljet in te vullen; het biljet dient in een gesloten enveloppe, waarop de naam van het lid is vermeld, via de wijkouderling bij de stemcommissie te worden ingeleverd. Bij het openen van de enveloppen wordt, vanwege het stemgeheim, het stembiljet door de scriba direct gescheiden van de enveloppe.

Art. 6    Eer men tot de stemming overgaat, leest de voorzitter van de stemcommissie de beide lijsten van de kandidaten, zowel voor het ouderling- als voor het diakenschap voor,  zoals deze door de kerkenraad opgemaakt zijn. Hij zorgt voorts, dat nauwkeurig wordt opgenomen het aantal gemeenteleden dat ter vergadering aan de stemming deelneemt, en het aantal stemmen dat op elk der kandidaten is uitgebracht. De akte van de stemming wordt in het gewone notulenboek van de kerkenraad opgetekend en door de kerkenraad goedgekeurd en ondertekend.

Art. 7a  Bij de telling van de stemmen worden blanco uitgebrachte stemmen en andere ongeldige stemmen niet meegerekend, zoals stembiljetten met meer namen dan vacatures, of met andere namen, enz. Onder de kiesdeler wordt verstaan: het totaal van de uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal vacatures.

Art. 7b  Bij meervoudige kandidaatstelling zijn alleen die stemmen, waarop het gevraagde is ingevuld, geldig. Wanneer een stembiljet meer of minder informatie bevat dan het gevraagde, wordt hij voor dat gedeelte als ongeldig aangemerkt.

Art. 7c  Wanneer meer kandidaten een gelijk of groter aantal stemmen dan de kiesdeler hebben, worden zij die het hoogste aantal stemmen hebben, benoemd. Wanneer een kandidaat ontheffing van zijn benoeming vraagt en die ontheffing hem wordt verleend, is de volgende verkozen kandidaat benoemd.

Art. 8    Bij de bepaling van de meerderheid geldt alleen het getal ingediende geldige stemmen. Zij die de meeste stemmen hebben, zijn gekozen en worden benoemd, met dien verstande, dat in geen geval iemand als verkozen aangemerkt wordt, die een stemcijfer verkreeg kleiner dan de kiesdeler. Hebben meer kandidaten evenveel stemmen, dan zal tussen hen herstemd worden. Staken opnieuw de stemmen, dan wordt de oudste in jaren gekozen geacht. Bij een ongelijk stemmenaantal beneden de meerderheid wordt, ter voorziening in de nog te vervullen vacatures, gestemd uit dubbelgetallen, gevormd uit de kandidaten, die de meeste stemmen verkregen.

Art. 9    De kerkenraad geeft zo spoedig mogelijk aan de gekozen en door hem benoemde broeders kennis van hun benoeming. Indien een gekozene bezwaar maakt de benoeming op te volgen en de kerkenraad deze redenen geldig keurt, wordt er een nieuwe verkiezing gehouden, geheel volgens de vastgestelde regeling.

Art. 10  De kerkenraad zorgt, dat de namen van hen die de benoeming opvolgen, op de twee zondagen die op de verkiezing volgen, aan de gemeente worden voorgesteld, opdat door haar de benoeming goedgekeurd worde. Indien er tegen hen geen wettige bezwaren worden ingebracht, worden zij op een daarop volgende zondag volgens het betreffende formulier, in hun ambt bevestigd in een openbare samenkomst der gemeente.

Art. 11  De ouderlingen en diakenen worden gekozen voor een diensttijd van vier jaren; elk jaar treedt naar een vastgesteld rooster een deel af. De aftredenden zullen door anderen vervangen worden. Kan in de weg van verkiezingen, zoals vastgesteld in deze regeling, niet in de vacature worden voorzien, dan heeft de kerkenraad het recht de aftredende broeder(s) te verzoeken zijn (hun) ambt voort te zetten tot en met de verkiezingen in het volgende jaar. De dienst van de ouderlingen en diakenen vangt aan met hun openbare bevestiging en duurt, behalve in geval van overlijden of afzetting, zolang totdat hun opvolger in het ambt wordt gesteld.

Art. 12  Bij tussentijdse vacatures beslist de kerkenraad, wanneer in de vacature zal worden voorzien. Bij tussentijdse verkiezingen houdt de kerkenraad zich aan de hier  vastgestelde bepalingen, behalve wat de tijdsbepalingen betreft. Tussentijds benoemde broeders worden zo spoedig mogelijk bevestigd.

Art. 13  Bezwaren van formele aard tegen een verkiezing van ouderlingen of diakenen moeten in dezelfde vergadering, waarin de verkiezing plaats heeft, worden ingediend. Alleen  in dit geval heeft de bezwaarde, zo zijn bezwaren niet worden opgelost, het recht zich op de meerdere vergaderingen te beroepen.
 
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de kerkenraad.
Aldus laatstelijk gewijzigd in de vergadering van de kerkenraad van 1 oktober 2015.

243